directionaliteit

Directionaliteit kan je definiëren als de gevoeligheid van een microfoon ten opzichte van de richting waarvan het geluid komt.

Men onderscheidt verschillende types directionele patronen. Meestal wordt de directionaliteit grafisch weergegeven als een plot van 'polaire patronen'. Daarbij wordt de variatie in gevoeligheid 360 graden rond de microfoon weergegeven, waarbij aangenomen wordt dat de microfoon zich centraal bevindt en dat 0 graden de voorzijde van de mic aangeeft.

De drie basistypes zijn omnidirectioneel, unidirectioneel en bidirectioneel

omnidirectioneel (kogel)

De omnidirectionele microfoon heeft een gelijkaardige output of gevoeligheid over alle hoeken. Ze bestrijken de ganse 360°. Een omnidirectionele microfoon zal maximaal omgevingfsgeluid opnemen, wat afhankelijk van de situatie een voor- of een nadeel kan betekenen. In live-omstandigheden dienen ze in elk geval vlak bij de geluidbron geplaatst te worden om een bruikbare balans op te pikken tussen direct geluid en omgevingsgeluid.

Bovendien kan een omnidirectionele mic niet weg van ongewenste geluidbronnen gericht worden, waardoor feedback soms moeilijker te vermijden valt.

unidirectioneel

De unidirectionele microfoon is het meest gevoelig aan geluid dat uit één bepaalde richting komt, en dus minder gevoelig aan geluid dat uit andere richtingen afkomstig is.

Het bekendste subtype is de cardioide (nier) respons, die een maximale gevoeligheid vertoont bij 0° en de laagste gevoeligheid bij 180 °. Hun effectief bereik ligt rond 130°, dus 65° off-axis ten opzichte van het front. Ze pikken ongeveer één derde van het omgevingsgeluid op dat een omnidirectionele mic oppikt, en ze zijn daarom geschikt voor live situaties waarbij het mengen van andere geluiden in het kanaal van een bepaald instrument voor problemen kan zorgen.

Andere subtypes zijn de supercardioid en de hypercardioid. Ze hebben allebei nauwere pickup ranges dan de cardioid (115° voor de super- en 105° voor de hypercardioid). Voorts verwerpen ze nog meer uitgesproken het omgevingsgeluid. Terwijl bij de cardioid de minst gevoelige richting de achterzijde (180°) is, ligt dit voor de supercardioid op 126 graden, en voor de hypercardioid op 110 graden. Als ze goed gepositioneerd worden leveren ze een meer gefocuste opname en minder omgevingsgeluid.

bidirectioneel (acht)

Dit type micro heeft een maximale gevoeligheid op 0 graden (front) en bij 180 graden (achterzijde). Ze geven de zwakste respons op geluiden die van 90 graden komen. Zowel voor als achter is de totale hoek waarop ze reageren ongeveer 90°. Ze leveren evenveel omgevingsgeluid als de de cardioid. Deze microfoons kunnen gebruikt worden om twee tegenover elkaar staande geluidsbronnen op te nemen, zoals een vocaal duet. Ze worden zelden gebruikt bij geluidsversterking, maar zijn wel van toepassing in bepaalde stereo technieken zoals M-S (mid-side).